Info sessies en expert meetings

Maximum 25 deelnemers per workshop

A1: How politics influences the reception of a test. The case of an English C1-test for lecturers in Flemish universities.

Frank Van Splunder (Linguapolis – Universiteit Antwerpen) en Catherine Verguts (UCT – UGent)

Apart from a testing purpose, language tests may have a considerable social or political impact. As tests select and inherently discriminate, passing a high-stakes test may yield important benefits, while failing a test can jeopardize one’s future. Whereas tests can be employed as a means to create and maintain social order (Shohamy, 2006), resulting in ‘the politicization of assessment’ (McNamara and Roever 2006: 213), they can also serve as a means to empower people (e.g. to gain access to education or employment).

The presentation discusses the implementation and perception of the Interuniversity Test of Academic English (ITACE) for lecturers.  In 2013, the Flemish Government decided that all lecturers in higher education needed to prove their language skills if they wanted to teach in a language different from their mother tongue. This meant all lecturers teaching in English curricula needed to prove their C1-level. The Interuniversity Testing Consortium developed a test that fitted the purpose. Even though it was highly contested, the ITACE showed to have a considerable advantage when compared to other standardized tests such as TOEFL and IELTS.

The case study reveals how the implementation of the ITACE determined its reception. Implemented top-down, the test sparked a media storm in which the test became the scapegoat. Its very purpose – quality assurance in higher education – was largely neglected in the media. In the presentation we will discuss the press coverage, and we will argue where and why it was inaccurate. We will show how the top-down implementation of the test was counterproductive to the acceptance of the test as a means to ensure the quality of teaching and improve employability.


B1: Wat als de groep te klein is?

Els Heughebaert en Ginny De Vos (Linguapolis – Universiteit Antwerpen)

Linguapolis heeft een vast aanbod taalopleidingen waarvoor geïnteresseerden kunnen inschrijven. Wanneer het minimum aantal inschrijvingen is bereikt (gemiddeld 14), kan de opleiding van start gaan. In hogere niveaus wordt het minimum aantal helaas vaak niet bereikt waardoor we de opleiding moeten annuleren en we trouwe, gemotiveerde cursisten teleurstellen.
Een andere groep cursisten die we om kwantitatieve redenen moeten teleurstellen zijn zij die het einde van de opleiding bereikt hebben (= geslaagd zijn voor het hoogste niveau dat Linguapolisstandaard aanbiedt), maar toch heel graag willen verder gaan met hun studie. Zij stellen dus de vraag om een extra niveau, vooralsnog buiten ons standaard aanbod, in te richten. Maar wat als de groep dan (mogelijks) te klein is om rendabel te zijn?

In september 2016 gingen we voor deze laatste groep van start met opleidingen op maat. De formule werkt vraaggestuurd en ook (heel) kleine groepen kunnen starten, omdat de prijs afhankelijk is van het aantal deelnemers. Er zijn echter heel wat nadelen aan deze werkwijze verbonden. Administratief is het heel tijdrovend, de kostprijs is duur(der) voor de deelnemers en fluctueert bovendien in functie van het aantal deelnemers. Hierdoor was het voor de geïnteresseerden lang onduidelijk hoeveel ze effectief zouden moeten betalen.
We hebben een aantal lessen getrokken uit bovenstaand experiment: we weten wat we moeten behouden als we verder nadenken over oplossingen en we weten waaraan we mogelijk onze vingers verbranden.

Het blijft niettemin onze ambitie om dé oplossing te vinden voor té kleine groepen, waarbij we enerzijds tegemoet kunnen komen aan de vraag van gemotiveerde, trouwe cursisten en waarbij we anderzijds onze werking, financiën en principes niet in het gedrang brengen. (trouw kunnen blijven aan onze waarden en onze werking.)

Huiswerkopdracht: Hoe gaat jouw instituut om met te kleine groepen?
Worden ze standaard geannuleerd of zoeken jullie (soms) naar creatieve oplossingen? Zo ja, welke? Beschrijf  1 of meerdere concrete situaties met de voor- en nadelen voor de cursisten en voor het instituut.


C1: Vluchteling-studenten en tweede taal onderwijs: “Do I have to learn ‘Nederlands’ if I want to study in English?”

Marieke Both (UAF)

Idealiter beheersen vluchteling-studenten, die door het UAF begeleid worden, voor aanvang van hun studie zowel het Nederlands als het Engels op niveau B2/C1. De werkelijkheid is echter een stuk weerbarstiger, en dit ideaal is niet altijd haalbaar in een voorbereidingstijd van 2 jaar. Welke begeleiding kan het UAF bieden, en wat zijn reële verwachtingen?

De deelnemers worden uitgenodigd  om in gesprek te gaan over de mogelijkheden en uitdagingen rondom het leren van zowel Nederlands als Engels voorafgaand aan de studie.  En kan er ook tijdens de studie aan taalontwikkeling gewerkt worden?

Huiswerkopdracht: Deelnemers worden uitgenodigd om van te voren na te denken over de vragen:

  • Zie je bij de onderwijsinstelling waaraan je talencentrum verbonden is ontwikkelingen in de aanscherping van de taaleisen Nederlands én Engels? Hoe komen die tot uiting?
  • Welke aanpak is volgens jou effectief bij het leren van zowel Nederlands als Engels voorafgaand aan de studie? Welke knelpunten signaleer je in dit proces?
  • Zou volgens jou de nadruk van het taalaanbod Nederlands en Engels moeten liggen vóór de studiestart of zie je ook tijdens de studie voldoende mogelijkheden voor (extra) taalontwikkeling?

Vragen over het werk van het UAF, en specifieke vragen en opmerkingen met betrekking tot dit onderwerp kunnen voor 1 maart 2017 gemaild worden naar m.both@uaf.nl

Maximum 25 deelnemers per workshop

A2: Interne communicatie: de sleutel tot betrokkenheid?

Annick Dankers en Judith Arns (Radboud in’to Languages – Radboud Universiteit Nijmegen)

Hoe zorg je ervoor dat je medewerkers (collega’s met vast dienstverband én freelancers) zich echt betrokken voelen bij je organisatie? Uiteraard is communicatie daarbij van wezenlijk belang. Maar wat communiceer je, naar wie en op welke manier? Willen en moeten alle medewerkers altijd alles weten? Mag je van freelancers verwachten dat ze altijd de interne nieuwsbrief lezen? Kun je ervan uitgaan dat iedere medewerker een echte ambassadeur is van je organisatie? En in hoeverre zijn mensen zelf verantwoordelijk voor het op te hoogte zijn van het reilen en zeilen binnen een organisatie? Interne communicatie is een kwestie van halen en brengen.  Maar hoe dan?

Radboud in’to Languages  stelde vast dat de betrokkenheid van medewerkers wisselend was en wilde daar graag wat aan veranderen. Daarvoor nam het taleninstituut eerst maar eens de eigen interne communicatie onder de loep. Een vragenlijst werd  opgesteld en verspreid onder alle medewerkers. Met een aantal sleutelfiguren werden gesprekken gevoerd. Op basis van de input werd de interne communicatie bijgesteld waar nodig. Maar is het doel nu bereikt?

Tijdens deze sessie vertellen we graag kort meer over wat wij gedaan hebben en doen, maar horen we vooral ook graag van collega-instituten waar zij tegenaanlopen en wat zij zoal doen.


B2: Online en offline taalcursussen: hoe kunnen ze elkaar versterken?

Berna de Boer (Talencentrum – Rijksuniversiteit Groningen)

Sinds maart 2015 biedt het Talencentrum van de RUG betaalde online taalcursussen Nederlands aan. Deze cursussen zijn parallel aan de gratis beginnerscursus op FutureLearn ontwikkeld. De Introduction to Dutch MOOC biedt beginners een eerste kennismaking, waarna men mogelijk (zo was het idee) interesse zou kunnen krijgen in een serieuzere online taalcursus Nederlands.

Het is nu 2017. Inmiddels zijn we twee jaar verder en hebben we met de MOOC op FutureLearn circa 130000 leerders bereikt. Met het betaalde online aanbod kunnen  leerders sinds 2015 tot en met niveau b2 leren in zes cursussen. We hebben op deze manier inmiddels circa 400 cursisten geholpen.

De OD-cursussen worden drie maal per jaar aangeboden, waarbij ze aansluiten bij de MOOC die ook drie keer per jaar wordt aangeboden. We hebben geconstateerd dat OD een ander type leerder trekt dan de reguliere offline cursussen. Natuurlijk is er minder nadruk op de spreekvaardigheid in een online cursus, maar met de huidige techniek kunnen we toch redelijk wat aandacht aan spreken besteden. Het valt op dat er aan de ene kant zeer gemotiveerde leerders zijn die minimaal 80-100 uur per cursus besteden en de boel succesvol afronden, en aan de andere kant die mensen die aanvankelijk zeer gemotiveerd leken om dan na een periode enigszins af te haken. Deze laatste groep is gelukkig kleiner.

De OD cursussen vragen veel van de cursist. Men moet hier nadrukkelijk in staat zijn zelfstandig te werken, ervaring hebben met het leren van talen en een grote mate van computergeletterdheid hebben. Alleen dan is men succesvol. Een groot deel van onze offline cursisten zou voor online niet in aanmerking komen, omdat deze groep meer aandacht vraagt van een docent.

In zoverre vult het online aanbod het offline aanbod aan. Het is goed mogelijk dat deze vorm van onderwijs in de toekomst meer leerders trekt, die flexibel, zonder plaats en tijd kunnen en willen leren. Online programma’s en zelfstudieprogramma’s bestaan natuurlijk al een hele tijd maar het unieke van deze online cursussen is de methodiek, het cursusmateriaal, de duur en het contact met medecursisten en docenten.

Huiswerkopdracht: Bekijk de informatie op onze website over online taalonderwijs: www.rug.nl/talencentrum


C2: Schakeltrajecten voor vluchtelingen

Coördinatoren van de talencentra van de VU, Leiden, Tilburg en Utrecht

Op verschillende universitaire talencentra worden schakeltrajecten aangeboden om vluchteling-studenten toe te leiden naar een universitaire opleiding. Hoe wordt dat op deze universiteiten georganiseerd? Wat zijn succesfactoren? Waar moet je rekening mee houden bij het opzetten en verzorgen van een schakeltraject?

Huiswerkopdracht: Voor 1 maart vragen die je tijdens deze expertmeeting beantwoord zou willen hebben, mailen naar maud@babel.nl

Maximum 25 deelnemers per workshop

A3: Intercultural awareness, getting your staff involved first.

Sandy Barasa (Radboud in’to Languages, Radboud Universiteit Nijmegen) en Erick van den Bercken (Babel, Universiteit Utrecht)

How to set up a practical programme for staff members to become more interculturally sensitive as a step towards implementing more intercultural activities in language classes.

Firstly, we’ll look at how we usually regard our own culture and how we use this perspective in an everyday work environment.

Then, we will discuss some models and principles on intercultural communications and how you can use these models and activities based on these models to make your staff more interculturally aware.

Lastly we’ll look at possible options for  practical programmes that are easy to either implement in team building processes or use for a specific training on intercultural communication.


B3: MOOC Beter Schrijven in het hoger onderwijs, een voorproefje

Nicky Heijne & Francien Schoordijk (Instituut Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT), Universiteit van Amsterdam)

De laatste jaren is de behoefte aan remediering van de schrijfvaardigheid van eerstejaarsstudenten enorm toegenomen. Met de MOOC Beter Schrijven in het hoger onderwijs wordt door UvA-  en HvA-medewerkers een instrument ontwikkeld dat breed en flexibel inzetbaar is.

Huiswerkopdracht:
Welke initiatieven zijn er binnen uw opleiding om de schrijfvaardigheid van studenten te verbeteren?
Hoe en bij welke vakken zou een onlinecourse schrijfvaardigheid of delen van een online course in te zetten zijn?


C3: Selectie en begeleiding DUO-cursisten

Coördinatoren / NT2-docenten van de talencentra in Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen en Tilburg

Bij talencentra met een Blik op Werk-keurmerk mogen inburgeraars met een DUO-lening taalcursussen volgen. Hoe selecteer je deze groep goed aan de poort? Op welke manieren kan je ervoor zorgen dat ze niet uitvallen? Wat werkt wel en wat werkt niet? Bieden taalinstellingen cursussen voor de examenonderdelen ONA en KNM aan?